Begrenzen

Net als kinderen hebben ook honden grenzen nodig. Maar hoe begrens je je hond op een duidelijke maar toch vriendelijke manier? In dit artikel lees je waarom begrenzen nodig is en hoe je dit het best kunt doen.

 

Herken je dit… 

…je pup kijkt verlekkerd naar de tafelpoot en besluit ter plekke om zijn vlijmscherpe puppytandjes erin te zetten. Of je hebt bezoek dat niet van honden houdt, bij wie je hond van 35 kilo heerlijk op schoot gaat zitten met als bonus een natte lebber in het gezicht. En als je op straat loopt, kan je hond opeens besluiten dat hij heel graag naar de overkant wil om een hondenvriend te begroeten, waarbij hij jou bijna omver trekt

Dit zijn voorbeelden van situaties waarin je hond iets doet wat jij waarschijnlijk niet prettig zou vinden. Maar hoe kun je hier het beste mee omgaan? Moet je ongewenst gedrag altijd negeren? Mag je soms wel corrigeren of is dat altijd verkeerd? Of moet je afleiden met een voertje of een speeltje?  

Grenzen stellen voor jezelf én je hond 

In bovenstaande voorbeelden is negeren in ieder geval geen optie en zo zijn er meer situaties in de praktijk waarin je het gedrag echt niet kunt laten gaan. Natuurlijk wil je niet heel erg boos worden op je hond en wil je hem zeker geen pijn doen. Het is voor een hond echter wel belangrijk om te leren wat de regels zijn, want anders is het samenleven met een hond voor jullie beiden niet prettig. 

Welke regels voor jouw hond gelden bepaal jij helemaal zelf: of je hond wel of niet op de bank mag, of jij of de hond eerst naar buiten gaat en of je hond wel of niet mag opspringen is jouw keuze – je hoeft dus geen regels te maken omdat je bang bent dat je hond dominant wordt als je bovenstaande wel toestaat! We weten inmiddels namelijk dat deze ouderwetse opvattingen over dominantie niet kloppen. Bij het aanleren en handhaven van de regels, is begrenzen het toverwoord.  

Als je hond dus iets doet wat jij (of iemand anders zoals bezoek) onprettig vindt, mag je dit best duidelijk maken aan je hond. Naast het feit dat dit het leven met een hond voor jou en je huisgenoten een stuk prettiger maakt, is het ook voor je hond veel fijner wanneer helder is wat de regels zijn en wanneer deze consequent worden gehandhaafd. Hoe voorspelbaarder de omgang met huisgenoten namelijk is, hoe minder stress een hond ervaart. Bovendien heeft begrenzen van je hond ook met veiligheid te maken (denk aan de puppy die knaagt aan de tafelpoot en de hond die je plotseling de straat over trekt).  

Begrenzen voorkomt probleemgedrag 

Tot slot is het voor een hond – net als voor mensen… – heel goed om te leren dat hij niet altijd zijn zin krijgt: hiermee bouwt je hond frustratieweerstand op, waardoor hij beter om kan gaan met situaties waarin hij niet krijgt wat hij wil. Als gedragstherapeuten zien we regelmatig voorbeelden van mensen die goedbedoeld hun hond teveel hun gang hebben laten gaan en te weinig begrenzen. Het resultaat kan een hond zijn die snel gefrustreerd is als hij onverhoopt toch een keer zijn zin niet krijgt en die moeilijk te stoppen is wanneer hij ongewenst gedrag vertoont. Ook zijn deze honden vaak drukker, minder gehoorzaam en blaffen ze meer.  

Begrenzen in de praktijk 

Begrenzen is dus noodzakelijk bij de opvoeding van een hond. Maar hoe doe je dat nu in de praktijk? Je kunt je hond letterlijk begrenzen met bijvoorbeeld een lange lijn of een hekje. Zo kun je je hond achter een hekje plaatsen als er bezoek komt, zodat hij simpelweg niet bij het bezoek kan komen. Met de lange lijn kun je een hond die najaagt tegenhouden.  

Ook door gedrag te onderbreken ben je aan het begrenzen. Hierbij is het wel belangrijk dat je dit doet op een manier die de hond begrijpt, en dat je de hond de kans geeft om de juiste keuze te maken. Hierbij kun je je volgende stelregel hanteren:  

2 x onderbreken + alternatief geven, daarna onmogelijk maken 

Dus stel dat je pup in een tafelpoot hangt. Onderbreek dit dan rustig maar duidelijk, bijvoorbeeld door een specifiek woord te gebruiken zoals ‘niet doen’, ‘nee’ of ‘klaar’. Geef vervolgens aan wat je wél wil dat je pup doet, bijvoorbeeld een speeltje of een botje pakken en help hem daarbij door hem ernaartoe te leiden. Als je namelijk alleen maar aangeeft wat je níet wil, geef je je hond geen kans om te leren wat er wel van hem wordt verwacht, waardoor je hond gefrustreerd kan raken en je terechtkomt in een negatieve spiraal waarbij je alleen maar ‘nee’ aan het roepen bent. Gaat de hond toch weer terug naar de tafelpoot? Onderbreek dan nog een keer en geef nog een keer aan wat je wél wil. Gaat je pup voor de derde keer terug naar de tafelpoot? Dan haal je hem weg en zet je hem bijvoorbeeld in een puppyren, zodat hij niet meer bij de tafelpoot kan. Wanneer je dit consequent doet, zal je pup snel snappen dat de tafelpoot geen kauwmateriaal is maar dat hij wel op andere dingen mag bijten.  

Bij het begrenzen is het bovendien belangrijk dat je snel reageert: wacht niet totdat je pup al vijf minuten aan het knagen is, maar begrens direct als je hond begint met iets wat jij niet wil, en liever ben je nog net iets eerder, vlak voordat je hond iets ‘stouts’ wil gaan doen.  

Corrigeren? 

Je vraagt je misschien af wat dan het verschil is tussen begrenzen en corrigeren. Soms zal het aangeven van een grens inderdaad een correctie zijn, zoals het weghalen van je pup van de tafelpoot. In dat geval spreken we van een zogenaamde negatieve correctie: dit is een correctie waarbij je niet boos wordt of je hond pijnt doet, maar iets leuks (in dit geval de tafelpoot) buiten bereik brengt. Correcties zijn dus zeker niet altijd verkeerd. Natuurlijk zijn ook wij geen voorstander van correcties waarbij we de hond pijn doen of angst aanjagen en dat is dus ook niet nodig als je je hond op een duidelijke en toch vriendelijke manier begrenst. Als je consequent en op tijd grenzen aangeeft, zul je bovendien merken dat je veel minder aan het corrigeren bent dan wanneer je dat niet doet, omdat de regels helder zijn! 

Conclusie 

Voor zowel je hond als jouzelf is het noodzakelijk om de regels die jij belangrijk vindt, te handhaven. Daarom is vriendelijk maar toch duidelijk begrenzen een belangrijk deel van de opvoeding. Geef echter ook altijd een alternatief (wat wil je wél) en communiceer op een manier die voor je hond duidelijk maar niet beangstigend is.