De voor- en nadelen van castratie

Je hond wel of niet castreren? Dat is een vraag die bij veel hondeneigenaren aan de orde komt. In dit artikel vind je een overzicht van de voor- en nadelen van castratie en welke invloed castratie heeft op de gezondheid, het uiterlijk en het gedrag.

 

Gezondheid

Voor castratie – het verwijderen van de testikels van de reu of de eierstokken van de teef (onterecht sterilisatie genoemd) – moet een hond eerst onder narcose worden gebracht. Narcose en ook de operatie zelf brengen risico’s met zich mee, en daarom is het terecht dat sommige mensen het argument aanhalen dat zij niet willen “snijden in een gezond lichaam”. Daar staat tegenover dat castratie ook positieve effecten op de gezondheid kan hebben. Zo is bij de reu bekend dat voorhuidontsteking en een vergrote prostaat met castratie verholpen kunnen worden. Bij teven neemt de kans op suikerziekte, schijnzwangerschap, baarmoederontsteking en melkkliertumoren (mits de teef rond de eerste loopsheden wordt geholpen) sterk af, maar kan er wel incontinentie ontstaan.

Voor zowel reu als teef geldt dat gecastreerde honden echter sneller dik worden, met alle gezondheidsrisico’s van dien. Daar komt nog bij dat er bij gecastreerde honden een verhoogd risico lijkt te zijn op kanker, epilepsie en kruisbandproblemen. Aan de andere kant blijkt echter de kans op hartklepproblemen, staar en een maagtorsie kleiner te zijn na castratie. De kans op heupdysplasie en elleboogdysplasie is niet gerelateerd aan castratie, alhoewel het op jonge leeftijd castreren voordat de hond is volgroeid, wel een grotere kans op gewrichtsproblemen geeft. Dit concluderen Amerikaanse onderzoekers op basis van de medische gegevens van ruim 90.000 honden die zij in de loop van vijftien jaar hebben verzameld.

Uiterlijk

Ook het uiterlijk van de hond kan veranderen na castratie. Naast het feit dat een reu geen testikels meer heeft, is er een kans dat de vacht drastisch zal veranderen. Met name bij (half)langharige honden kan er een overvloedigere ondervacht ontstaan en kan de vacht doffer, wolliger en krullerig worden. Ook kunnen er sneller klitten ontstaan. Na castratie zul je dus meer werk hebben aan het onderhouden van de vacht als je een (half)langharige hond hebt. Trimmers adviseren dan ook om de hond vaker te laten trimmen wanneer deze is gecastreerd.

Gedrag

De meest gehoorde reden voor castratie van met name reuen is echter het gedrag van de hond. Maar waar vroeger castratie werd gezien als wondermiddel tegen vrijwel alle gedragsproblemen, weten we nu dat het effect van castratie op het gedrag vooral samenhangt met de oorzaken achter het probleemgedrag. Voor problemen die een hormonale basis hebben, waaronder weglopen en achter loopse teven aangaan, (in huis) markeren en mogelijk agressie naar andere intacte reuen, bestaat er een goede kans dat castratie de problemen verhelpt dan wel vermindert. In andere gevallen, bijvoorbeeld bij onzekere of angstagressie, lijkt castratie echter een sterk negatief effect te kunnen hebben op het gedrag. Bovendien spelen leerervaringen vaak een grote rol bij de ontwikkeling van probleemgedrag, waardoor het effect van castratie mogelijk groter is wanneer men dit vlak na het ontstaan van het (hormonale) probleemgedrag toepast dan vele jaren later. Daarbij kan het ook nog voorkomen dat een gecastreerde reu anders gaat ruiken, waardoor hij het slachtoffer wordt van ongewenste intimiteiten van intacte reuen, wat ook weer tot onzekerheid of agressie naar andere honden kan leiden.

Wanneer je overweegt om jouw hond vanwege ongewenst gedrag te laten castreren, is het dus raadzaam om eerst een gedragsdeskundige te raadplegen die de oorzaken van het gedrag kan achterhalen en kan inschatten wat het effect van castratie zal zijn. Vaak zal geadviseerd worden om bij twijfel een reu eerst chemisch te laten castreren. Hiervoor bestaat een implantaat (Suprelorin) dat via een dikke naald wordt ingebracht en afhankelijk van de dosering werkzame stof een half jaar tot een jaar werkzaam is. Houd er echter rekening mee dat het probleemgedrag de eerste weken na plaatsing erger kan worden!

Ook bij een teef kan castratie het gedrag veranderen. Sommige teven kunnen ten tijde van de loopsheid en tijdens een eventuele schijnzwangerschap daarna vrij dramatische gedragsveranderingen laten zien, variërend van sloomheid, angst, snel afgeleid zijn en prikkelbaarheid. Met castratie wordt dit verholpen. Wanneer een teef ook buiten de loopsheid agressief is, is er echter een grote kans dat dit  juist toeneemt na de castratie.

Het chemisch castreren van teven is ook mogelijk en gebeurt in de vorm van de prikpil. De kans op suikerziekte, baarmoederontsteking en melkkliertumoren neemt daarbij echter sterk toe, en dus wordt het (veelvuldig) gebruik van de prikpil door veel dierenartsen afgeraden. 

Conclusie

Het castreren van een hond heeft vele voor- en nadelen, die elke eigenaar zelf zal moeten afwegen voor zijn of haar eigen hond en persoonlijke situatie. Duidelijk is wel dat op jonge leeftijd castreren vooral heel veel nadelen heeft. Ook kan het uiterlijk van de hond veranderen na castratie. Wanneer je wegens gedragsproblemen castratie overweegt, is het aan te raden om met een gedragstherapeut te overleggen die een inschatting kan maken van de oorzaken van het gedrag en het mogelijk effect van castratie. Bij reuen kan chemische castratie een optie zijn.

Meer weten?

Wil je meer weten over de rol van hormonen en de puberteit bij honden? Lees dan ook dit e-book!

Bronnen:

Dogzine, “Castratie, soms wel, soms niet beter…” 31-05-2017
Landsberg, G., Hunthausen, W. & Ackerman, L. Behavior problems of the dog and cat (2013)