Leven als kat en hond

Menig Nederlands huishouden heeft zowel katten als honden in huis. Toch is het vredig samengaan van beide dieren, zoals het spreekwoord ‘leven als kat en hond’ al aanduidt, niet vanzelfsprekend. De introductie van beide dieren is hierbij sterk bepalend. Maar hoe pak je dat het beste aan?

Waarom zijn er vaak problemen tussen honden en katten?

Katten en honden zijn beide gedomesticeerde roofdieren maar verschillen verder enorm van elkaar, ook qua gedrag. Een kat die zijn staart recht omhoog draagt en op je af loopt geeft bijvoorbeeld aan dat hij vriendelijk is en je even gedag komt zeggen. Een hond met diezelfde houding is daarentegen vaak gespannen. Een hond die zijn staart iets lager houdt en daarbij rustig kwispelt met het uiteinde is vriendelijk en kalm. Een kat met dezelfde houding en een langzaam zwiepende staart is geïrriteerd en hoe harder hij kwispelt hoe meer je op moet passen…

Katten die zich bedreigd voelen en daardoor angstig zijn, kunnen blazen. Hierbij ontbloot hij zijn tanden en met een wijd opengesperde bek blaast hij de bedreiging weg. Voor een hond is dit een vreemde gewaarwording en vooral jonge, onbesuisde honden zullen – na een kort schrikmoment – het blazen eerder zien als iets dat verder onderzocht moet worden dan als een serieuze bedreiging. En daar zit nou net het probleem: nieuwsgierige speelse honden die de bedreigingen van een angstige kat niet goed interpreteren en daardoor averechts handelen. De kat kiest eieren voor zijn geld en sprint weg, met als gevolg: de ultieme beloning voor de hond! Want wat is er nou leuker dan ergens achteraan jagen?

Hoe voorkom je problemen?

Om problemen te voorkomen is het dus belangrijk dat honden en katten elkaars taal leren begrijpen. Het probleem zit trouwens niet altijd aan de kant van de hond. Katten die niet met honden zijn gesocialiseerd of katten die een nare ervaring met honden hebben gehad, zien honden mogelijk als een bedreiging en kunnen vluchten of agressie inzetten, ook zonder dat de hond iets doet. Met zulke katten is voorzichtigheid geboden want ze kunnen aanzienlijke schade aanrichten bij een hond! Weet je van tevoren dat jouw kat problemen heeft met honden, schakel dan een gediplomeerd kattengedragstherapeut in alvorens je een hond introduceert.

Om de introductie van de nieuwe huisgenoot soepel te laten verlopen en problemen te voorkomen, zijn ook onderstaande stappen aan te bevelen.

Voorbereiding op de komst van de hond/kat

Indien je de mogelijkheid hebt, bijvoorbeeld wanneer de nieuwe huisgenoot bij een fokker vandaan komt, zou het mooi zijn om de dieren aan elkaars geur te laten wennen voordat ze elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Je kunt een week voordat de nieuwe bewoner in huis komt een handdoekje met de geur van de kat bij de hond leggen en vice versa. Reuk werkt als enige zintuig direct in op de amygdala (het gedeelte in de hersenen waar emoties en herinneringen worden verwerkt) en speelt een grote rol bij het leggen van associaties. Een mooie kans dus om de socialisatie en gewenning al in gang te zetten!

Beide dieren moeten zich daarnaast veilig voelen als ze eenmaal bij elkaar in huis zijn. Dit kun je bevorderen door aparte ruimtes in te richten waar het andere dier niet zomaar bij kan. De hond of kat die al bij je woont laat je bij voorkeur al geruime tijd voor de komst van de nieuwe huisgenoot wennen aan deze aparte ruimte. Dit kun je doen door de kat regelmatig in een aparte kamer te laten verblijven, of door de hond alvast het verblijven in een afgezet stuk in de huiskamer aan te leren. Hiervoor kun je bijvoorbeeld hekjes of een ren plaatsen. Idealiter sluiten beide ruimtes wel op elkaar aan zodat hond en kat elkaar kunnen ruiken en horen en zo aan elkaar kunnen wennen.

Een goede introductie

En dan is de dag daar: de nieuwe hond of kat komt thuis! Zet de eerste bewoner in de aparte ruimte en geef dan de nieuwe bewoner de kans om zijn of haar ruimte te ontdekken. Voor katten betekent dit dat je het reismandje op een overzichtelijke plek in de ruimte neerzet en de kat daar op zijn eigen tempo uit laat komen. Geef hem de tijd om alles eens grondig te bekijken en te besnuffelen. De beide dieren maken op dit moment dus nog geen contact: eerst wordt er gezorgd voor een veilige plek.

Om vervolgens een positieve associatie te creëren tussen de dieren, kun je gebruikmaken van voer. Je kunt hond en kat tegelijkertijd en in elkaars nabijheid eten geven, maar wel zonder dat ze elkaar lastig kunnen vallen. Bijvoorbeeld aan weerskanten van een deur of hekje. Hierbij is het wel belangrijk dat beide dieren ontspannen zijn. Is dat niet het geval, vergroot dan de afstand. Doe dit elke maaltijd zo. Op deze manier leren de dieren dat het op korte afstand horen, ruiken en eventueel zien van elkaar voorspelt dat er iets heel lekkers volgt.

Wanneer beide dieren zich veilig voelen en dus voldoende ontspannen zijn in de aparte ruimtes, is het tijd om daadwerkelijk kennis met elkaar te maken. Afhankelijk van het karakter en temperament van beide dieren neem je hiervoor verschillende maatregelen. Zo kan het handig zijn om de kat even in een bench te zetten en/of de hond aan te lijnen. Katten vinden het vaak fijn om wat hoger te zitten: je kunt de kat bijvoorbeeld op de tafel zetten. Houd de veiligheid hierbij echter altijd in het vizier! Katten en honden kunnen elkaar gemakkelijk en ook ernstig verwonden als de stappen te snel worden gezet. Belangrijk is dat ze nergens toe gedwongen worden. Willen ze helemaal geen contact maken met elkaar? Dan is dat prima! Ga niet dwingen en pak de dieren niet op om ze bij elkaar te zetten. Mochten beide dieren los zijn, zorg dan voor een vluchtplek als een hoge kattenkrabpaal, een tafel of de trap en voorkom dat de dieren achter elkaar aan gaan jagen!

Wanneer ingrijpen

Op het moment dat je bij een van beide dieren ziet dat deze gespannen is of zich zelfs bedreigd voelt, angstig is of agressie inzet, dan grijp je direct maar op een rustige manier in. Probeer het dier dat zich op dat moment niet bedreigd voelt op een positieve en ontspannen manier even weg te roepen of af te leiden. Verbreek de spanning door het (oog)contact te verbreken en de afstand wat te vergroten. Maak van deze situatie een leermoment en creëer de volgende keer meer afstand of pas meer management toe door de hond bijvoorbeeld aan te lijnen. Voorkom in elk geval te allen tijde dat de dieren elkaar opjagen! Gebeurt dit laatste toch en lukt het je niet dit middels management te voorkomen, schakel dan zo snel mogelijk een gediplomeerd honden- en/of kattengedragstherapeut in.

Conclusie

Alvorens beide dieren te introduceren is het van belang jezelf in te lezen over zowel honden- als kattentaal. Voordat het nieuwe dier in huis komt ga je al aan de gang met positieve associaties en dit zet je gedurende de hele introductieperiode voort. Veiligheid van beide dieren staat voorop en beide dieren moeten zich in huis op hun gemak voelen, zonder zich bedreigd te voelen door de ander.

 

Wil je meer weten over kattentaal, kijk dan ook eens op deze website